Het prachtige weer nodigde uit voor een heerlijke wandeling in het bos. Een plek waar Arjan doorgaans vaak te vinden is. Maar eenmaal lopend in het bos gebeurde er iets dat Arjan nog elke dag bezig weet te houden. Dat wat begon met een klein kronkelig weggetje.

Lopend in het bos trok een kronkelige padje dat tot in de verte reikte Arjan zijn aandacht. Hij liep zonder te beseffen wat hem te wachten stond verder. Bij elke voetstap klonken de droge bladeren en brekende takjes onder zijn voeten. En hoog in de bomen zongen vogels hun liederen. Tot zich een ijzige stilte voordeed. Opgevolgd door een hard en onophoudelijk knisperend geluid dat tussen de bomen klonk.  Vlakbij, het moest vlakbij zijn. De twijfel sloeg toe. En met aarzeling liep Arjan verder en het geluid nam toe. Tot Arjan voorbij de bomen aan het einde van het kronkelige pad kon kijken. Daar stond hij. Met trillende benen. Hij wist nog enkele passen achteruit te stappen. Maar verder dan dat kwam hij niet. Verstijft en vastgenageld aan de grond stond hij daar. Recht voor een hels knisperend geluid. Zijn lichaam begon hevig te beven en trillen. De grond onder zijn voeten bewoog zich langzaam maar voelbaar. De schreeuw liet zich niet boven het helse geknisper horen. De paniek in zijn lichaam was ongenadig groot en zijn hart sloeg in een flink ritme met harde bonzen tekeer.

Vanuit een donkere hoek waren bewegingen goed zichtbaar. Een vreemd gelaat dat niet anders te omschrijven is als een boom vol met prachtige takken en bladeren. Dat soepel en ritmisch bewoog. Van de krommende takken en stam tot de wuivende bladeren. Ik droom, ik moet wel dromen vertelde Arjan tegen zichzelf. Het was te onwerkelijk om waar te zijn. Maar niets van dat. Dat wat hij zag was echt en het bewoog zich recht voor hem langzaam vooruit. Zijn gedachten waren in de war. Het enige dat hij zich afvroeg was wat het gedaante van hem wilde, waarom ik riep hij.

En uit het niets was een doffe dreun hoorbaar. Alsof erna niets gebeurd zou zijn. Droomde hij dan toch? Waarna zich een oorverdovende stilte voordeed. Alles wat ik zag, voelde en hoorde was weg. Daar stond ik uit het niets tussen de hoogste bomen uit het bos. Ook van het kronkelige pad was geen spoor meer te bekennen.